U bevindt zich hier: Nieuws & Publicaties » BCI persberichten » Regionale innovatiekracht bepaalt toekomstig nationaal verdienvermogen

Nieuws & Publicaties

Onze kernactiviteiten

 

Naam
Functie
Bedrijf
Tel.nr.
E-mail
 
+31 24-3790222

Kantoren

Regionale innovatiekracht bepaalt toekomstig nationaal verdienvermogen



"Er moeten regionale economische versnellingsagenda's komen voor sterkere ruimtelijk-economische clusters. Alleen daarmee kan Nederland als geheel concurrerend blijven. Niet alleen is een gezamenlijke jaarlijkse investering van 400 miljoen euro nodig om clusters te laten groeien, maar ook de fysieke speelruimte om economisch kansrijke clusters in hun ruimtevraag te faciliteren moet worden vergroot". Dat was de centrale boodschap van Peter Noordanus, voorzitter van de Commissie Verdienvermogen en Vestigingsklimaat bij de overhandiging begin december van het manifest 'Het nationale verdienvermogen en de cruciale rol van regio's aan Roos Vermeij, voorzitter van de vaste Tweede Kamercommissie Economische Zaken.

Het manifest is een initiatief van de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN), die een commissie in het leven riep o.l.v. burgemeester Noordanus van Tilburg en die verder bestaat uit Friso de Zeeuw (hoogleraar gebiedsontwikkeling TU Delft), Henry Meijdam (directeur Interprovinciaal Overleg), Co Verdaas (adviseur OverMorgen, tevens bestuurlijk verkenner implementatie Omgevingswet) en Ruud Bergh (adviseur gebiedsontwikkeling). Buck Consultants International adviseurs Sandra van Liere en René Buck voerden voor de commissie analyses uit en stelden het rapport op (zie www.skbn.nu).

De toekomstige groei van de Nederlandse economie is géén natuurlijk gegeven; daar moet hard voor worden gewerkt. De Commissie is echter van mening dat het urgentiebesef waarmee Nederland in de toekomst haar geld verdient, ontbreekt.
De concurrentieslag om orders, omzetgroei en werkgelegenheid, vindt steeds minder plaats tussen landen, maar steeds meer tussen dynamische clusters, die vaak zijn geconcentreerd in stedelijke regio’s. De concurrentie speelt zich ook af op dát geografische schaalniveau: van de regio.
“In het nationale topsectorenbeleid ontbreekt de regionale of ruimtelijke dimensie nagenoeg volledig, en ook in het bredere rijksbeleid ontbreekt een nationale ruimtelijk-economische visie op regionale concurrentiekracht. Daarbij is ook het ruimtelijk ordeningsbeleid meer gericht op regulering en aanbodsturing, dan op economische kansen stimuleren en ruimtelijk faciliteren”, stelt Noordanus.

Investeringsimpuls van 2 miljard
Daarbij geldt dat technologische ontwikkelingen de koers van bedrijven fundamenteel verandert, en daarmee ook de kracht van de economie en de arbeidsmarkt. Door informatisering – ook van productie en logistiek – ontstaan niet alleen minder banen, maar veranderen de banen ook van type en niveau.
Er zijn concrete acties nodig om het economisch verdienvermogen van de regio’s te vergroten. Allereerst moeten regio’s in samenwerking met bedrijven en kennisinstellingen Regionale Economische Versnellings-agenda’s maken, gericht op het verder vergroten van het Bruto Regionale Product, gekoppeld aan sterke clusters. Ons voorstel is dat regio’s een investeringsimpuls mogelijk maken voor versterking van de ecosystemen van dergelijke toonaangevende clus-ters van 400 miljoen per jaar. De regio’s, bedrijven en kennisinstellingen leggen 300 miljoen op tafel, de resterende 100 miljoen komen van de rijksoverheid. In 5 jaar is dit een extra impuls van 2 miljard euro in specifieke clusterprojecten op het gebied van innovatieversterking in het midden- en kleinbedrijf, arbeidsmarkt, ontwikkeling onderzoeksfaciliteiten en de inrichting van concurrerende vestigingsmilieus.

Van bedrijventerrein naar ecosysteem
Clustervorming gedijt bij dynamische ecosystemen: het totaal aan randvoorwaarden waar bestaande bedrijven door kunnen floreren en nieuwe bedrijven aangetrokken worden. Het gaat om talent, toegang tot technologie, beschikbaarheid van start- en doorgroeikapitaal en niet onbelangrijk: fysieke vestigingscondities. Dit alles vergt een soepele, actiegerichte samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden.
Om het ontstaan van dergelijke ecosystemen maximaal te kunnen faciliteren, moet de bedrijventerreinplanning op de schop. Die is nu topdown en aanbodgestuurd, en moet vervangen worden door een kansenmodel. Faciliteer economische kansen in plaats van te blijven hangen in hectarendiscussies. In dat kader moet de Ladder voor Duurzame Verstedelijking op de schop. Die maakt nu bij elk uitbreidingsproject een afzonderlijke toets noodzakelijk. Wij pleiten voor een ‘ja, mits’-benadering, waarbij het ‘mits’ vooral gaat om ruimtelijke inpassing en eventuele overlastverminderende en compenserende maatregelen. In de omgevingsvisies, die provincies en gemeenten gaan opstellen onder de nieuwe Omgevingswet, kan prima op deze vorm van clustergerelateerde kansenplanning worden ingespeeld.
Een keuze voor versterking van regionale innovatiekracht betekent een keuze voor het voluit benutten van de groeipotenties van ons land. Het is eigenlijk geen keuze, het is pure noodzaak.

Klik hier voor het rapport 'Het nationale verdienvermogen en de cruciale rol van regio’s' van de Commissie Verdienvermogen en Vestigingsklimaat.

Meer informatie
Sandra van Liere: tel: 024-3790222, sandra.liere@bciglobal.com
René Buck: tel: 024-3790222, rene.buck@bciglobal.com

 

«« terug

Aanmelden nieuwsbrief

Buck Consultants International geeft een aantal keer per jaar een digitale nieuwsbrief uit.

Wilt u ook op de hoogte blijven?
» Meld u aan voor de nieuwsbrief
» Lees de laatste nieuwsbrief